Dagwandeling Baarle Nassau en Baarle Hertog

Dagwandeling Baarle Nassau en Baarle Hertog

Bijna dertig keer zijn we de grens gepasseerd of er vlak langs gelopen. Je vraagt je af hoe dit enclavegebied heeft kunnen ontstaan. Nou, die geschiedenis is vrij ingewikkeld en het voert te ver om die hier uit de doeken te doen. Het is een uniek stukje Nederland en België dat absoluut de moeite waard is om er een keer te gaan wandelen.

Met zijn achten verzamelen we in de Sint Janstraat in Baarle Nassau; Nederland dus. De gids voor vandaag is ruim een half uur te laat vanwege wegversperringen en domweg verkeerd rijden. Dat is nog niet zo erg, maar hij heeft ook nog de koffie en thee bij, zodat het wachten voor de overige wandelaars een ware kwelling is. Gelukkig treffen ze bijzonder mooi weer.

Onderweg naar Loveren bespreken we de nieuwe privacy wetgeving die 25 mei van kracht wordt. Ik krijg te horen dat ik voortaan voorzichtig moet zijn met het plaatsen van namen en foto’s op de website van de NKBV. Dus bestaat het wandelgezelschap vandaag uit A. P. P. H. M. L. P. en F.

Loveren is een kleine gemeenschap ten westen van Baarle waar in vroeger tijden een vaste halteplaats was voor postkoetsen op de lijn ’s-Hertogenbosch en Brussel. Hier vind je de markante woning met een huisdeur met twee huisnummers. De grens van één van de enclaves van Baarle Hertog loopt precies door dit huis. Links van de deur staat het Belgische huisnummer 2 en aan de andere kant van de deur staat nummer 19. Het huis is de voormalige Herberg De Swaen en is kort na 1640 gebouwd en is nu Rijksmonument in zowel Nederland als België. Men beweert dat Hugo de Groot in Loveren overnachtte in de nacht van 22 op 23 maart in 1621, toen hij in een boekenkist ontsnapte uit Slot Loevestein en op weg was naar Antwerpen.

Het gaan van vele voeten
trok lijnen in het land

 

De geschiedenis van Loveren wordt bejubeld in enkele gedichten op stenen bankjes op de “Plaetse”, waar ook een oude waterpomp staat.

Buiten Baarle zijn veel veldwegen, afgewisseld met hier en daar enkele bossen. Het ideale gebied voor de wandelaar, waar altijd wat interessants te zien is. Af en toe levert dat toch wel een hindernis op zoals bij de Manke Goren, waar we tot enkeldiep door een drassig weiland moeten waden. Ook de paden zijn op sommige plaatsen door de overvloedige regenval van de afgelopen dagen omgetoverd tot vennen.

Bij de Zondereigense brug gaan we de “grote” grens over en bevinden we ons in België. Over tientallen kilometers wordt hier de grens gemarkeerd door de rivier het Marksken, de Nederlandse naam of het Merkske, de Vlaamse naam. Bij de grens ligt een grote kei waar ook weer zo een fraai gedicht is uitgebeiteld.

twee brugstenen merken
water dat boombeschaduwd stroomt
beschermd door hondsdraf luistergras
knielen onze ogen bij alles
wat grenst wat stroomt wat grenst

 

Niet ver van de grens ligt het Monument Dodendraad. Dit is niet uniek, maar vind je op tal van plaatsen op de grens tussen Nederland en België. Het monument herinnert aan de elektrische versperring die de Duitsers op de grens tussen het neutrale Nederland en bezette België aanlegden om te voorkomen dat oorlogsvrijwilligers en Duitse deserteurs België ontvluchtten. Tevens verhinderde het dat spionageberichten uit bezet gebied via Nederland geallieerde spionagediensten bereikten en het hield ook nog de smokkel tegen.

Aan de draad hangen talloze gebreide “poppies”, symbool voor de vele slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog en een verwijzing naar het gedicht In Vlaanderens velden bloeien de klaprozen van luitenant-kolonel John McCrae.

Terwijl wij hier even uitblazen en onze gedachten laten gaan over de Dodendraad en haar bizarre functie, stopt pal voor onze neus een colonne legervoertuigen met in vol ornaat uitgeruste hobbymilitairen. Vooral de auto van de generaal is indrukwekkend. Zijn gewone voorkomen niet. Als één van de weinige heeft hij zich niet in uniform gehuld.

Niet zo heel ver van het monument bevindt zich nog een aandenken aan de bezetting in de Eerste Wereldoorlog: Schalthaus K5. Hier is ook een kleine reconstructie van de Dodendraad. Daarnaast heeft men een schakelhuisje gebouwd, waarin destijds een aggregaat was ondergebracht die de batterijen laadde die de draden van stroom voorzagen. Vooral de technici onder ons zijn gecharmeerd van de oude Ampère- en Voltmeters, meszekeringen en grote schakelaars, allemaal zonder enige vorm van isolatie. Daar kom je tegenwoordig niet meer mee weg.

Tussen beide monumenten staat een groot ijzeren kunstwerk, waarin de contouren van de gemeente Baarle Hertog is uitgesneden, inclusief het minuscule weilandje “Niemandsland” bij Ulicoten dat tot 1995 noch bij België, noch bij Nederland hoorde.

We vervolgen ons traject vlak langs de grens over Belgische paden tot we bij een groot bord komen: “Verboden toegang behalve met permissie van de MKNVBNL”, of zoiets. De juiste letters weet ik niet meer. Ervan uitgaande dat de NKBV de permissie wel geregeld zal hebben lopen we door om na een paar honderd meter op het perron te stuiten van het voormalige station Weelde. Hier was een grote spoorweggrensovergang van de spoorwegverbinding tussen Tilburg en Turnhout, beter bekend onder de naam Bels Lijntje. De spoorweg is nu ontmanteld en omgetoverd tot fietspad, waar langs de hele lijn nog tal van interessante aan de spoorweg gerelateerde bouwwerken te bewonderen zijn. In 1934 werd het personenvervoer opgeheven en in 1973 het goederenvervoer. In 1987 werd uiteindelijk de hele spoorbaan afgebroken.

Naast het perron is een klein bos waar we op een grote ronde put stuiten, zo’n tien meter in doorsnede. Wat is het? Een arena, restant van een afweergeschut of een draaimolen? Het blijkt een draaischijf te zijn voor het rangeren van treinen. Locomotieven uit Tilburg reden niet verder dan het station op de grens, evenals de treinen uit Turnhout. Hier konden de locomotieven dus draaien om weer terug te rijden.

Na een bak koffie in het Spoorhuis vervolgen we onze weg langs het klooster aan de grens. Via het Landgoed Schaluinen keren we weer noordwaarts richting Baarle Nassau. Het pad dat we volgen houdt plots op bij een groot akkerland, nochtans geeft mijn navigatie aan dat er hier een pad moet lopen. Geen zin om terug te keren baggeren we door het geëgde land, waarbij er aardig wat modder aan onze schoenen blijft kleven. Dat kan er nog wel bij.

In het zicht van Baarle Nassau komen we bij het “hoogtepunt” van onze tocht. Langs een naamloos pad ergens in een akkerland ligt het quadripunt H1 – H2. Het is niet echt een vierlandenpunt, want die zijn er in de hele wereld geen, maar toch het beste alternatief daarvoor. Er zijn slechts twee plaatsen in de hele wereld waar vier landgrenzen exact op één punt bij elkaar komen. En één daarvan bevindt zich hier aan onze voeten! Omdat het zo’n zestig meter van het pad af ligt, gaan alleen L, H en F een kijkje nemen bij dit bijzondere fenomeen. Een ijzeren paaltje is al wat dit kruispunt van landgrenzen markeert. H loopt een rondje rond het paaltje, waarmee hij waarschijnlijk een record vestigt om in enkele seconden vier verschillende landsgrenzen te passeren.

Onderweg zijn we, ondanks het prachtige weer, nauwelijks andere wandelaars tegen gekomen, maar in Baarle Hertog is het een drukte van jewelste. Dagtoeristen komen massaal hier naar toe om zondags te shoppen in de Belgische winkels, een terrasje te pakken of om zich te verbazen over de ingewikkelde landverdeling in de gemeente. Zo ook enkele Engelstaligen die geen genoeg kunnen krijgen van de grenspaal 214/215 die naast de Sint-Remigiuskerk met zijn opvallend torentje staat. In de omgeving van Baarle zijn verder geen grenspalen te vinden. Alleen hier dus. In de jaren 70 werd in Baarle-Nassau een kopie van een grenspaal geplaatst als herinnering aan het verdrag uit 1974 tot definitieve grensvaststelling tussen de palen 214 en 215. Het staat precies tussen de officiële grenspalen 214 en 215 in.

Tot de volgende wandeling

Frank van der Zande