Dagwandeling Stavenisse

Dagwandeling Stavenisse

Deze dagwandeling verzamelen we bij het kleine haventje in Stavenisse, helemaal aan de westkant van Tholen. Bij een bijzonder fraaie zonsopkomst die de bewolking roze en oranje kleurt vertrekken we richting Oosterschelde. Het dijkje langs de Veerweg is zo smal dat we achter elkaar moeten lopen. Het uitzicht over de kleine haven en de Stavenisser molen doet denken aan een oude prentbriefkaart.

Bij de inlaag – het gebied tussen een met wegzakken bedreigde dijk en een reservewaterkering – zien we in de verte de Zeelandbrug. Een stukje verder keren we landinwaarts. We komen langs de Geulsche Weel en Het Diepe Gat. Sommige van ons twijfelen of de Geulsche Weel eigenlijk wel een weel is, omdat deze helemaal vol gegroeid is met riet, niet een typisch kenmerk van een weel. Ook vragen we ons af wanneer deze welen zijn ontstaan. Het eerste wat je zou denken is 1953.

Hier en daar komen we nog wat stormschade tegen van de storm die Nederland teisterde op 18 januari.

We proberen tijdens deze wandeling zo veel mogelijk over onverharde dijken te lopen. Dat deze niet altijd tot een “officiële” wandelroute horen blijkt wel als bij een van de dijkjes de weg versperd wordt door een woning waarbij de gehele dijk is afgezet met een hoog hekwerk. We zijn genoodzaakt twee keer over een sloot te springen om weer op een begaanbare route te komen. Het maakt de route avontuurlijk en maakt bij een gevoel van nostalgie los, terugdenkend aan mijn jeugd in het poldergebied van West/Brabant. Dat warme gevoel is overigens ook wel welkom, omdat het heel zachtjes begint te regenen en de temperatuur begint te zakken.

In een bocht van de N286, de verbindingsweg tussen Stavenisse en Sint-Maartensdijk stuiten we op het watersnoodmonument. In de volksmond word het weinig fantasievol “de Vis” genoemd; het is nou eenmaal een vis. Het beeldhouwwerk werd in opdracht van de gemeente Tholen gemaakt door de Gerrit Bolhuis. Het idee achter het monument is het dualisme in de houding van de Zeeuwen tot de zee. De zee brengt welvaart, maar kan ook veranderen in een monster. Stavenisse was tijdens de Watersnood van ‘53 een van de zwaarst getroffen dorpen, er verdronken 153 mensen. Het is enigszins verbazend dat vanwege de vorm de bevolking van Stavenisse het monument afwees. Daarom staat het hier op een beetje vreemde plaats, nog net op het grondgebied van Sint-Maartensdijk. Naast het monument staat een bordje dat aangeeft tot hoe hoog het water is gekomen op 1 februari 1953.

We komen weer terug bij het water aan de zuidkant van het eiland, vanwaar we uitkijken over de slikken van de Dortsman. Het gebied is niet vrij toegankelijk en zo te zien is het eigenlijk ook niet bewandelbaar zonder hoge laarzen.

Langzaam ronden we over de buitendijk de Nieuwe Stavenissepolder. Vanaf hier zouden we de Zeelandbrug goed moeten kunnen zien, ware het niet dat de gestaag toegenomen regen het uitzicht enigszins vertroebeld. Daardoor kunnen we ook niet goed zien wat die zwarte langwerpige dingen zijn in de verte op de zandplaat. Zijn het misschien zeehonden? Met de verrekijker is het ook niet goed te zien, maar we zien wel dat ze te groot zijn voor zeehonden. Eerder zeekoeien, maar ja, die komen hier niet voor. Waarschijnlijk is het gewoon opgehoopte vegetatie.

Langs de dijk ligt het vol met de schalen van de Japanse oester. De meeuwen moeten zich hier het ongans hebben gegeten.

Terug in Stavenisse, nat en koud, duiken we café ’t Packhuys binnen voor een bak warme chocomel met slagroom en een met banketbakkersroom gevulde Zeeuwse bolus. Een prima afsluitertje voor een mooie wandeling.

Tot de volgende Wandeling

Frank van der Zande