Excursie Tiengemeten

Excursie Tiengemeten

Was ik vorige wandeling nog een half uur te laat bij de ontmoetingsplaats. Dit keer lukt het mij, en de arme zielen die met mij meerijden, een uur te vroeg aan te komen. Sterker nog. Ondanks dat lukt het mij, en nog vier anderen van ons wandelgezelschap, de eerste boot naar Tiengemeten te missen! De schipper weigert ons mee te nemen omdat de boot vol zit, ondanks dat negen deelnemers van onze excursie al wel aan boord zijn. Gelukkig bevindt de gids zich bij ons, zodat de anderen er niet stiekem vandoor kunnen gaan zonder ons.

Hoewel we dus later dan gepland van start gaan is iedereen blij, vooral omdat de meeste het eiland nog niet kennen en natuurlijk vanwege het stralende weer.

Piet, onze gids, vertelt eerst waar de naam vandaan komt. De meeste weten wel dat een gemet een oppervlaktemaat is van ongeveer 0,4 hectare, maar wat de meeste niet weten, ikzelf incluis, is dat de grootte van een gemet vrijwel overal verschillend is, omdat deze bepaald wordt door wat een koppel paarden kan omploegen tussen zonsopgang en zonsondergang, en dat is weer afhankelijk van de grondsoort. Het eiland heeft een rijke geschiedenis. Piet vertelt ons wie er woonden, van wie het is geweest en wat ze er allemaal mee van plan waren in het verleden. We zijn blij dat het uiteindelijk een natuurgebied is geworden en geen vuilstort of kerncentrale… Ook vertelt hij hoe Natuurmonumenten, de huidige eigenaar, het gebied haar nieuwe functie heeft gegeven en wat daar allemaal bij komt kijken. Het eiland is opgedeeld in drie duidelijk herkenbare gebieden: Weemoed, Weelde en Wildernis. In het gebied Weemoed ligt het accent op cultuurhistorische waarden, zoals het herstel van een oude teeltwijze voor tarwe en bloemrijk open grasland. Weelde is een moerasachtige kom in de klei. In het najaar en de winter staat het overgrote deel van dit gebied onder water, maar in de loop van het voorjaar en de zomer vallen grote delen geleidelijk aan droog. Wildernis is zoals de naam al doet vermoeden voorbestemd om een zo natuurlijk mogelijke eenheid te worden, waar door openingen in de dijk Haringvlietwater vrij in- en uitstroomt.

Maar genoeg gekletst, tijd om te gaan wandelen. Gezamenlijk beslissen we om rondje Weelde te doen.

Eén van eerste dingen waar Piet ons op wijst is de beverburcht midden in de ondergelopen Middenpolder. Ooit was dit gedeelte ingepolderd. Waar destijds een sloot liep staan nu wat struiken en bomen en ligt ook de beverburcht. Op Google Earth is goed te zien waar deze sloot heeft gelopen. Bevers zien we niet, daar is het te ver weg voor, maar daarnaast laten zij zich overdag toch al niet zien.

Langs de oever groeit veel Canadese guldenroede. Deze plant komt oorspronkelijk niet voor in Europa, maar is als sierplant ingevoerd. Hij gedijt erg goed en de inmiddels verwilderde planten verdringen andere soorten. 

Een andere uitheemse plant waarmee men hier te kampen heeft is de kleine waterteunisbloem, die ook wel de kleine waterteringbloem wordt genoemd, omdat hij andere waterplanten wegconcurreert. Het is duidelijk dat deze plant hier niet welkom is. Jaarlijks gaan vrijwilligers het water op om de uit Zuid-Amerika afkomstige waterplant met wortel en al uit te roeien.

Een stukje verder zien we op een akkerland bij Weemoed drie reeën, een bok en twee hindes. Hoe komen die hier? Reeën zijn bijzonder goede zwemmers en hebben er geen moeite mee om de halve kilometer vanaf het vasteland te overbruggen. Je zou denken dat ze dan ook wel parasieten mee zouden nemen, maar op het eiland komt de teek (nog) niet voor. Erg fijn voor het struinen in korte broek.

De welige begroeiing aan de rand van het water biedt volop plaats aan kleine vogeltjes die van een afstandje allemaal op mussen lijken. De rietzanger laat zich uitgebreid zien en horen, maar ook de leeuwerik, zwartkop, fitis, kneu, kierewiet en nog veel meer kpv-tjes vliegen hier rond.

Tussen het riet horen we het zachte gebrom van een roerdomp. Zien doen we hem uiteraard niet. Bij heel veel van deelnemers staat deze vogel bovenaan het verlanglijstje om ooit nog eens te willen zien, inclusief onze gids en de boswachter die we tegenkomen.

Als we de vlietberg naderen wijs ik een aantal van ons op de beverburcht waarvan ik meen dat we die we vanaf deze kant kunnen zien. Fanatiek nemen we foto’s van wat uiteindelijk gewoon een rietkraagje in het water blijkt te zijn. Vanaf de vlietberg, of eigenlijk is het een hollestelle, zien we dat de beverburcht veel verder in het water ligt.

Je moet erg je best doen om geen Schotse hooglanders tegen te komen op Tiengemeten. Naast de vlietberg staat een kudde staat in het water of ligt een beetje te herkauwen aan de kant. Op Tiengemeten hebben ze alleen koeien, geen stieren. Hier voorlopig geen Oostervaarderplassentaferelen dus…

We splitsen de groep in twee. De excursie eindigt hier en een deel gaat met de gids terug naar het bezoekerscentrum. De andere helft maakt nog een ommetje van drie kilometer door de wildernis en komt daarbij langs de ruïne van de Irenehoeve, waar aan de waterkant ook een beverburcht ligt. Ed en Willem laten zich ook hier niet zien. Een stukje verderop ligt de ruïne van de oude aardappelloods.

Met het grote aantal fotografen in ons gezelschap moeten er toch al gauw zo’n duizend foto’s gemaakt zijn schat ik. Maar als dat nog niet genoeg is heeft Cor gewapend met filmcamera onze wandeltocht op film vastgelegd.

Ondanks de moeizame start was het een mooie en leerzame excursie met daarbij prachtig weer. Wat wil een mens nog meer? Volgend jaar organiseren we er weer een. Heb je ideeën, laat het me dan weten.

Tot de volgende wandeling

Frank van der Zande