Hoge Venen 2017

Hoge Venen 2017

Het vierde wandelweekend van dit jaar gaat naar de Oostkantons. Aan de oostelijke kant van België vlak boven Luxemburg, liggen de kantons Eupen, Malmedy en Sankt Vith. Zij vormen taalkundig en cultureel een overgangszone tussen België en Duitsland en hebben in de laatste twee eeuwen onder sterk wisselend bestuur gestaan. Hier ligt ook het oudste Belgische natuurreservaat: de Hoge Venen en met zijn oppervlakte van 35 km² is het ook het grootste. Het gebied is voorzien van talrijke wandelroutes en dat is precies wat wij zoeken. We zijn dit keer met zijn negenen: Henk, Marga, Paul, Lieneke, Jaap, Maria, Betsy, Annemiek en ik, zei de gek. De meeste van ons kennen elkaar al van vorige wandelingen en dus is het weer een gezellig weerzien.

Vrijdag 6 oktober

Door het Warchedal naar de Burcht Reinhardstein

Uitvalsbasis is Camping du Moulin bij Malmedy, die sinds een maand of zes wordt uitgebaat door de Nederlanders Frank en Saco. (Wat is dat toch met die Nederlanders die een camping beginnen in België. Dit is al de derde keer dat we op een camping staan die wordt beheerd door Nederlanders, en ik selecteer daar niet eens op!). Zes van ons hebben gekozen voor de comfort van een caravan, de overige drie trotseren de elementen in hun tentje naast de caravan. Ieder zijn meug.

Na installatie vertrekken we voor een wandelingetje langs de rivier de Warche, die dwars door het campingterrein stroomt. De naam is afkomstig van het dorpje Warche, de plaats waar de rivier in de Amblève uitmondt. De tocht begint al gelijk met een opwarmend klimmetje van 120 meter, zodat de kuitspieren goed loskomen. Vanaf deze hoogte volgen we het dal waar La Warche doorheen stroomt tot aan het Château de Reinhardstein. Dit is de enige Eifelburcht in België en werd in 1354 door Renaud de Waimes gebouwd op een hoge rotspunt aan de Warche. Daarna bewoont de ene na de andere familie het kasteel tot aan de Franse revolutie, waarna de burcht tot ruïne vervalt. In 1965 begint professor Jean Overloop met de wederopbouw, wat resulteert in de huidige prachtige burcht. Tegenwoordig is het kasteel een voorname toeristische attractie met tentoonstellingen en tal van activiteiten.

Wat de route verder nog bijzonder mooi maakt, buiten de fraaie vergezichten en de opkomende kleurenpracht van de herfst, zijn de duizend-en-een paddenstoelen in alle soorten en maten die je maar kunt bedenken. Ik kan me herinneren dat we voorgaande jaren tijdens de wandelweekenden in de Ardennen ook al zo konden genieten van al dat fraais, maar op de een of andere manier blijven paddenstoelen en zwammen fascineren. Aangezien niemand van ons zich heeft verdiept in de mycologie weten we van minstens 90% de naam niet. Vliegenzwam, inktzwam, tonderzwam en eekhoorntjesbrood gaat nog wel. Met de nodige opschepperij meen ik de rodekoolzwam te herkennen, maar dat blijkt later toch niet te kloppen. De kleur is wel hetzelfde: prachtig diep paars.

Onderweg komen we een markering tegen van de wandelroute Weg des Gedenkens. De 94 kilometer lange route werd ontwikkeld door de bevriende grensgemeenten Bütgenbach in België en Monschau in Duitsland. Langs de route staan informatieborden waarop de gruwel tijdens het Ardennenoffensief (1944) in herinnering is gebracht.

Oh ja, er is ook nog een waterval, vlak achter het kasteel. Deze vrij onbekende waterval is met zijn zestig meter de hoogste van België. Alleen Frank neemt de moeite om de tien meter naar de voet van de waterval te klauteren over een glibberig en steil paadje.

Al met al een mooi en relaxed tochtje. De stemming zit er weer goed in als we op het terras bij Camping du Moulin met een lekker Belgisch biertje proosten op het goede begin van ons wandelweekend.

 Zaterdag 7 oktober

Door het Waalse Veen

Terwijl de rest in de caravan of het campingrestaurant zit te ontbijten, zit ik buiten wat te mijmeren. Door de meeste omschreven als guur, somber, triest of gewoon slecht, hou ik wel van de herfst. De natuur keert langzaam terug naar een staat van stilte en afwachting, wat gepaard gaat met fraaie kleuren en bijzondere flora zoals we gisteren al volop konden zien. Wolken vliegen als gekken voorbij, vol van regen die niet kan wachten om naar beneden te vallen. In de verte hoor ik iemand met een kettingzaag, bezig zijn voorraad hout voor deze winter op peil te brengen. In de tussentijd klinkt het niet aflatend geruis van de Warche.

Rond negen uur vertrekken we vanaf Baraque Michel voor een flinke wandeltocht over de Hoge Venen. Een van de eerste dingen die we tegenkomen is een groot kruis, midden op het veen. Een blubberig paadje loopt naar het Priorskruis dat in vroeger tijden, zo rond 1566, de grens tussen Jalhay en Ovifat zou hebben aangegeven. Inmiddels staat hier versie 3.0 van het kruis.

Een stukje verderop stuiten we op B-P paal 155, die vanaf 1830 de grens aangaf tussen België en Pruisen. De paal is zwaar beschadigd en wordt met metalen strips bij elkaar gehouden.

Na een korte omweg – de bedoeling was een pad dwars door het veen, maar dat is niet meer toegankelijk – wandelen we over een zeer goed aangelegd vlonderpad. Frank, de campingeigenaar, vertelt mij later dat in 2011 een grote brand vrijwel het gehele noordelijke deel, zo’n duizend hectare, verwoestte. Daarbij is ook bijna heel het vlonderpad afgefikt. Nu ligt daar dus een zeer goed begaanbaar pad, waar wij met veel plezier over kunnen wandelen. Op veel plaatsen naast het nieuwe pad zijn nog restanten van het oude pad te zien.

Het landschap heeft iets troosteloos met hier en daar een struik, bosje of dode boom die boven de geel en oranje vegetatie uitsteekt. Het is maar goed dat er een pad is aangelegd. De bodem ziet er onbegaanbaar uit. Overal stroomt water dat samenvloeit in de rivier de Helle. Naarmate we de Helle verder naar het oosten volgen, wordt de rivier steeds breder, gevoed vanuit talloze kleine en onzichtbare stroompjes. Waar de rivier een bocht maakt hopen zich grote vlokken schuim op. Water dat afkomstig is uit veengrond, is zuur en bevat weinig mineralen. Hierdoor zijn er vrijwel geen waterplanten en -dieren. Vissen en bloeiende planten zijn er sowieso niet. Het water dat afkomstig is uit de venen, bevat schuimvormende elementen (plantaardige saponien, onverzadigde vetzuren). Daardoor kunnen zich in de turbulentie van de beek witte schuimvlokken vormen.

Op een gegeven moment houdt het vlonderpad op en gaan we over op een modderig en zompig pad, af en toe onderbroken door een kort stukje vlonderpad.  Het tempo daalt op zijn minst met de helft en het soms moeilijk begaanbaar terrein eist meer concentratie op het pad dan op de omgeving om ons heen. Maar het is nog steeds mooi weer en als je even de tijd neemt kun je volop genieten van de prachtige omgeving.

Uiteindelijk keren we terug naar het westen, niet over hetzelfde pad, maar langs een hoger gelegen gravelpad. Qua wandelen loopt dat een stuk prettiger, maar in de tussentijd begint het te miezeren, voldoende om doornat te worden. Onderweg passeren we nog twee interessante kruizen. Het stenen Christianekruis herinnert aan een inwoner van Champagne die hier in 1839 werd getroffen door de bliksem. Het houten Kruis van Lorraine werd in 1974 opgericht door ene Léon Gehlen, ter nagedachtenis aan zijn broer, die met geweld werd ingelijfd in het Duitse leger.

Hoogtepunt van deze tocht, en dat mag je letterlijk nemen, is natuurlijk het Signaal van Botrange. Omdat het hoogste punt van België net geen 700 meter meet, maar 694 meter, bouwde de militaire gouverneur Herman Baltia in 1923 hier een signaal, zoals dat heet in geografische termen, een 6 meter hoge constructie. Zo kwam België toch aan de magische hoogte van 700 meter. Overigens kun je in Google Earth een plekje vinden in België van 712 meter hoog (50°24'33.17"N 6°22'8.14"O). Hoe dat kan kun je op WikipediA lezen.

Om de toeristen te plezieren is hier een restaurant, waar we een warm drankje nuttigen. Daarna keren we in vlot tempo terug naar de auto. ’s Avonds is het natuurlijk weer een gezellige boel met lekker eten en Belgische biertjes. ’s Nachts gooit de hemel haar sluizen helemaal open.

 

Zondag 8 oktober

Van Bevercé naar de Fagne Setai

Op advies van onze vraagbaak en campinghost Frank, volgen we de Warche stroomopwaarts, dezelfde rivier die we vrijdag stroomafwaarts hebben gevolgd. Met veel geraas, opgezwollen door de nachtelijke hoosbui, stort la Warche zich langs tal van rotsblokken en kleine watervallen omlaag. Het water heeft de kleur van cola en bruist net zo hard als een fles die je opent na flink schudden. De smaak heb ik niet geprobeerd, omdat ik cola niet lekker vind. Waarschijnlijk is het net zo vies.

Na een kilometer of zes lopen we het veen weer op en begint het flink door te regenen. Het eerste stuk was relatief droog, maar daar is nu toch wel een eind aan gekomen. Het is opvallend dat we ondanks de regen niet de enige wandelaars zijn. We komen volop andere “zotten” tegen. 

Het eerste stuk over het veen gaat weer over plankjes, maar al gauw houdt dat ook op en is het ploeteren tussen boomwortels en door modder. Hier en daar lijkt het wel of we door een rivier heen lopen, zoveel water stroomt er over de paden.

Na het veen komen we in het plaatsje Xhoffraix – wat een prachtige naam – waar we een cafeetje hopen te vinden. Helaas. Maar de camping is niet ver meer. Daar warmen we ons op en daar eindigt ook het fijne wandelweekend. Ik ben blij dat alle wandelaars het naar hun zin hebben gehad, ondanks de misschien wat overvloedige neerslag. Het heeft onze pret niet bedorven en zelfs met regen zijn de Hoge Venen een fantastisch gebied om te verkennen. Zoek je een fijne plek om te verblijven, dan is Camping du Moulin een absolute aanrader. Een leuke ambiance en een eigenaar die veel over de streek weet. Vergeet Buienradar en ga gewoon wandelen. Op Buienradar kun je toch niet zien of het een mooi gebied is en of je het naar je zin zult hebben…

Tot ziens bij de volgende wandeling.

Frank van der Zande