Verslag Ardennen 2016

Verslag Ardennen 2016

Voor het najaar wandelweekend van de NKBV begeven we ons dit jaar naar de Belgische Ardennen, langs de rivier de Ourthe in de omgeving van Houffalize. We zijn met elf en vertrekken voor onze eerste tocht vanaf de parkeerplaats naast het gesloten hotel Belvédère met zijn hoge uitkijktoren.
Eigenlijk voert onze wandeling er niet langs, maar je kunt niet vanaf hier vertrekken en dan het uitzichtpunt van de rotsen van le Hérou overslaan.

Wandelweekend Ardennen 14-16 oktober

Vrijdag 14 oktober De rotsen van le Hérou

 We dalen flink af en komen dan uit bij enkele grote plaatrotsen. Van daar hebben we een prachtig uitzicht over het diepe dal onder ons waar de Ourthe doorheren meandert. We ontmoeten een paar Nederlanders die hier komen klimmen. Officieel is het geen klimgebied, maar de rots ziet er uitdagend uit. Even kriebelt het, maar we zijn hier om te wandelen. Langs een zeer smal pad waar we hier en daar moeten klauteren keren we terug naar het punt waar onze eigenlijke wandelroute begint.

zie fotoalbum


Langzaam dalen we af naar de oever van de Ourthe tot we bij een punt komen waar we de rivier over moeten steken. Er is geen brug, dus schoenen en sokken uit, broekspijpen omhoog en voorzichtig naar de overkant waden door het ijskoude water met spekgladde stenen. Aan de overkant worden we gadegeslagen door een Belg die het tafereeltje in ogenschouw neemt en duidelijk denkt: “Zotte Hollanders!” Aan de overkant maak ik een praatje met de man en volgens hem hebben we geluk. Ergens stroomopwaarts wordt gewerkt aan de Barrage de Nisramont. Normaliter staat het water een stuk hoger.
Er volgt een pad langs de oever van de Ourthe met heel veel hindernissen: rotsen en omgevallen bomen. Duidelijk geen pad dat veel gebuikt wordt.
Na vier kilometer verlaten we de oever en moeten we flink stijgen. We komen uit bij enkele zeer fraai gelegen, riante buitenverblijven.
Na nog eens twee kilometer gaan we weer stijl omlaag, terug naar de oever van de Ourthe. Hier moeten we nogmaals wadend de rivier oversteken. Volgens de routebeschrijving gaat de route hier 250 meter door de rivier om dan bij een picknickplaats uit te komen. De meeste kiezen er toch voor om al eerder de wal aan de overkant op te zoeken. Ik niet. Over de volle lengte van de aangegeven route waad ik door de rivier, omdat dat er zo leuk uitziet als ik later de gewandelde route terugkijk op Google Earth (zotte Hollander hé).
Bij de picknickplaats hangt een gedenkteken voor ene Kenny (1977-1999) met foto, rouwkaartje, plastic bloemen en een bril (voor degene die het rouwkaartje niet kunnen lezen?) De inhoud van het rouwkaartje doet ons vermoeden dat het hier om een zelfmoord gaat. Tja, triest.
Terug op route moeten we natuurlijk weer flink stijgen. We komen drie Vlaamse gasten tegen die met zware bepakking en ieder met twee vijf liter flessen water op zoek zijn naar een toffe kampeerplek in de bossen. Het echte werk! De jongens hebben er duidelijk zin in en naar ons idee beter dit dan een hele avond in de kroeg zitten.
Plotseling staan we in een bos waar over een aanzienlijk oppervlak bijna alle bomen zijn omgewaaid. Het pad is nauwelijks meer te volgen. We kunnen niet links of rechts om de omgevallen bomen heen. Moeizaam klimmen en klauteren we onder en tussen de boomstammen door. Apenkooien is voor de meeste van ons nog slechtst een vage jeugdherinnering. Maar wat we toen leuk vonden lijkt nu meer een straf. Het gemopper begint toe te nemen en na een paar valpartijen en schrammen en bulten besluiten we dat het gekkenwerk is om door te gaan. Het betekent wel dat we hetzelfde stuk weer terug moeten. Ik zal maar niet herhalen wat er dan allemaal wordt gezegd…
We vinden een andere route die leidt naar een gelukkig zeer goed begaanbaar pad langs de oever van de Ourthe. Dan nog een laatste klim en na zes uur en ruim twaalf en een halve kilometer zijn we weer terug bij de auto.
We checken in bij camping C&P Buitensport in Houffalize en bij een knapperend haardvuur krijgen we een lekker maal voorgeschoteld in het restaurant bij de camping.

Zaterdag 15 oktober Het land van de bevers

We worden vroeg wakker en buiten is het koud en regent het. Kou is tot daar aan toe, maar regen – overigens een volstrekt normaal natuurverschijnsel – heeft een naargeestige uitwerking op de mens. De oorspronkelijke route van vandaag wordt door de groep tegen het licht gehouden. Fysiek ongemak en potentiele risico’s doen ons besluiten de oorspronkelijk geplande route van vandaag te ruilen met de wat ‘eenvoudigere’ route van morgen.
In colonne rijden we naar Achouffe, jawel, het wereldberoemde dorpje van het kabouterbier. Om nou gelijk te beginnen met bier lijkt ons niet verstandig en om ook niet in de verleiding te komen gaan we direct op weg. We vertrekken noordwaarts langs het kleine stroompje Eau de Martin Moulin. De regen heeft het pad goed glibberig gemaakt en op sommige plaatsen is de ondergrond behoorlijk drassig.
Na twee kilometer verlaten we het riviertje en maken een flinke klim, waarbij we hier en daar getrakteerd worden op fraaie vergezichten met slierten ochtendnevel.
Niet veel later komen we bij het riviertje Rau de Chevrai. Hier zouden we noordwaarts moeten gaan langs een smal pad aan de oostelijke oever van het riviertje. Bevers hebben een enorme dam gebouwd, waardoor een grote waterplas is ontstaan. Het pad is onbegaanbaar. Overal om ons heen zien we afgeknaagde boomstronken. Het werk is indrukwekkend. Uiteraard zien we geen bever. Ook kunnen we geen burcht ontdekken. Noodgedwongen vervolgen we onze weg over asfalt richting Wibrin. Zachtjes begint het te miezeren, dus besluiten we bij Restaurant Le Relais de d'Artagnan binnen iets warms te drinken.
Opgewarmd keren we terug naar het pad langs de Rau de Chevrai. We zien nog veel meer beverdammen, maar weer geen burchten.
Weer terug op een hoger gelegen deel passeren we een herdenkingskruis voor Lucien Hennes, zijn zoon Edgard en diens vriend André Fagnoul, verzetslieden uit de Tweede Wereldoorlog en vermoord door de Duitsers in 1945. Daar vlakbij staat ook nog een oud vervallen kruis met een Christusbeeldje. Dat verhaal moge bekend zijn.
Terwijl er hier en daar wat blauw verschijnt in het donkergrijze wolkendek, komen we weer terug in Wibrin. Naast het kerkje staat als souvenir uit de Tweede Wereldoorlog een Amerikaanse Shermantank van het type M4A3. De loop van de tank is ontploft. De tank is grotendeels ontmanteld, maar, zo lees ik later, door de plaatselijke pastoor kon het restant behouden worden als monument.
De zon breekt nu echt door en de wandeling terug naar Achouffe is bijzonder aangenaam. Uiteraard lonkt het heerlijke gerstenat van de brouwerij La Chouffe. Naast de souvenirshop zit een brasserie waar we binnen aan een grote tafel plaats nemen. Als aan de tafel naast ons een Belgische familie luidkeels “Lang zal tie leven” inzet voor opa, vallen wij luidkeels in. Het daaropvolgende “Daar moet op gedronken worden” kent de familie jammer genoeg niet en dus moeten we ons eigen bier bestellen. Een jong ding met een gezicht als een oorwurm komt onze bestelling opnemen. Ze laat op geen enkele manier merken dat ze Nederlands begrijpt. Hoe gezellig wij ook zijn en doen (…), een glimlach kan er absoluut niet van af. Onze bestelling wordt min of meer op tafel gegooid. Een fooi zit er voor de jongedame niet in. Na het biertje besluiten we dan maar zelf wat lekkers te kopen en het gezellig te maken op het terrasje voor onze blokhut op de camping.

Zondag 16 oktober De oostelijke Ourthe

Hoewel behoorlijk koud belooft het een stralende dag te worden. De lucht is in ieder geval strak blauw.
Omdat de oorspronkelijke tocht van gisteren niet doorging en deze misschien net iets te zwaar is voor vandaag, improviseer ik met behulp van wat kaarten en GPS een nieuwe tocht.
Weer rijden we naar Achouffe, maar vertrekken nu in zuidelijke richting.
Dat aangeplante bossen niet altijd lelijk hoeven te zijn, blijkt wel in het bos net buiten Achouffe. Als in een filmdecor breken de lange kale dennenbomen het zonlicht in een waaier van licht.
Na vier kilometer lopen steken we de l’Ourthe Oriental over. Niet wadend, maar gewoon over een brug. Geleidelijk klimmen we steeds hoger tot we bij een picknickplaats uitkomen. Vlakbij is een uitzichtpunt vanwaar we uitkijken over een dal waar diep onder ons de Ourthe doorheen stroomt.
We bevinden ons aan de zuidkant van de Ourthe en om weer terug te komen moeten we nogmaals de rivier over steken. Dit keer ligt er geen brug op ons traject en zullen we de rivier een laatste keer moeten doorwaden. Het water staat hier bijzonder laag, dus is het een fluitje van een cent om de overkant te bereiken. Dan begint de meeste steile klim tot nu toe. Over een afstand van 450 meter stijgen we 75 meter. Halverwege komen we een groepje wandelaars tegen die stinken naar de sigarettenrook. Ze zijn op weg naar beneden, maar wij zien niet hoe ze ooit de weg terug omhoog voor mekaar gaan krijgen zonder zuurstofgebrek.
In Grande Morton houden we pauze. Wat er nou zo grande is aan het gehuchtje is niet duidelijk, maar het is in ieder geval groter dan Petit Morton. Er is weinig leven in het dorp, behalve dan het verkeer op de drukke doorgangsweg.
Tijdens de wandelingen is het ons opgevallen dat er veel huizen te koop staan. Er zijn wel heel veel campings, gîtes en Nederlanders. De streek moet het waarschijnlijk grotendeels van het toerisme hebben. Misschien dat er niet voor iedereen werk is in deze sector en dat mensen daarom wegtrekken. De camping waar wij verblijven C&P Buitensport is een Nederlandse camping. Er zijn dan ook alleen Nederlanders. Tweeëneenhalf kilometer verderop ligt een andere camping, waar alleen Belgen verblijven. Soort zoekt soort waarschijnlijk.
Vanaf Petit Morton lopen we een stukje dezelfde route als we gisteren hebben gelopen. We komen weer langs een beverdam die we gisteren ook al hadden gezien. Vannacht hebben de bevers een boom geveld met een diameter van 15 à 20 centimeter. Een knap staaltje knaagwerk.
Terug in Achouffe zit het café waar we gisteren wat hebben gedronken helemaal vol. Maar eigenlijk hebben we helemaal geen zin om hier bij dat chagrijnige personeel iets te gaan drinken. We lopen 350 meter heuvelopwaarts naar restaurant l'Espine. Hier zit helemaal niemand dus installeren wij ons zelf op het terras in het zonnetje en genieten van een kom spinaziesoep.
Terugkijkend op het wandelweekend kunnen we alleen maar concluderen dat het zeer geslaagd was. De eerste dag was zwaar, maar eigenlijk vooral de boomstammen.
Het gezelschap was leuk, de sfeer goed, we hebben veel gelachen en genoten. Dus smaakt het alleen maar naar meer…

Frank van der Zande