Verslag van de dagwandeling van Veere naar Middelburg vv.

Verslag van de dagwandeling van Veere naar Middelburg vv.

Wandelen tussen Veere en Middelburg is om verschillende reden bijzonder de moeite waard. Beide plaatsen hebben natuurlijk een rijk historisch verleden, wat te zien is in fraaie stadsgezichten en de vele monumentale panden.
Daarnaast zijn in het gebied tussen de plaatsen enkele mooie wandelpaden aangelegd, waar je kunt genieten van het Zeeuwse landschap. Gedurende de hele tocht heb je zicht op de torens van Veere en Middelburg. Verdwalen is dus onmogelijk.

Dagwandeling Veere en Middelburg

Zondag 27 november

Voor deze tocht hebben zich tien wandelliefhebbers gemeld en na de gebruikelijke bak koffie gaan we goedgeluimd op pad.

Al snel lopen we over het Veers Jaagpad met links van ons het Kanaal door Walcheren en rechts de Zanddijksche Sprink.
Langs het jaagpad staat een grote betonnen bunker waarop met grote letters een fragment van het gedicht Jaagpad van F. van Dixhoorn is gekalkt.

1. niettemin valt op
hoe rustig hier de bossen zijn
zo aan de voorkant te zien

‘Vanavond een vis proberen’

De laatste regel over de vis hoort eigenlijk helemaal niet bij het gedicht. De betekenis ervan ontgaat me een beetje, maar ik ben dan ook geen poëziekenner.

 

zie fotoalbum

In Middelburg aangekomen ontpopt Henk zich als reisleider en neemt ons mee op een korte reis door de geschiedenis van de Zeeuwse hoofdstad. We horen van hem dat veel van Middelburg tijdens de Tweede Wereldoorlog is vernietigd, maar dat de heropbouw al tijdens de oorlog is begonnen. Gelukkig is niet alles platgebombardeerd en Henk laat ons een stukje goed bewaarde historie zien: de Kuiperspoort. Zoals de naam al doet vermoeden was hier vroeger het Kuipersgilde gevestigd. Het is een schitterend hofje, gelegen in een smal steegje, dat je zo voorbij loopt als je even niet oplet. De huizen die er staan stammen hoofdzakelijk uit de tweede helft van de zestiende eeuw.
Op onze zwerftocht verder door de stad komen we onder andere langs de Abdij, het Zeeuws Slavernijmonument – een monument ter herdenking van de afschaffing van de slavernij, en de Sint Jorisdoelen – het gildenhuis van de schutters van St George, wat momenteel te koop staat en minimaal een miljoen Euro moet opleveren, zo lees ik op internet. In de Bleek passeren we een fragment van het gedicht De wolken spiegelen van Middelburgs vermaarde dichter P.C. Boutens (ja, ja, nog meer poëzie). Het gedicht is aangebracht op de gevel van een huis.

 Via de Koepoort, een stadspoort uit 1735 komen we bij de Noordvest. Middelburg kende ooit acht stadspoorten en daarvan is de Koepoort de enige die in zijn geheel bewaard is gebleven.

Langs de Noordweg lopen we richting het buurtschap Brigdamme, een langgerekte lint van karakteristieke huisjes.
Hier begint het Brigdamsepad, een laatste restant van een oud kerkepad. Henk geeft ons een korte lezing over de ontstaansgeschiedenis van dit soort paden in Zeeland.
Vlak na Kaasboerderij Schellach gaan we het wandelpad langs de Veerse Watergang op. Het pad is modderig, maar prima begaanbaar. Een dikke rietkraag scheidt ons van het water. Henk heeft meegewerkt aan de aanleg van deze paden en is helemaal blij als hij ziet dat de wit/gele markering op de meeste plaatsen nog goed zichtbaar is.
Terwijl we hier lopen komen er zeer donkere wolken aangedreven. De wind heeft op dit vlakke land vrij spel en het is behoorlijk koud. Maar tegen de tijd dat we bij de Veersche Kreek aankomen is de lucht voornamelijk blauw en kunnen we nog genieten van een najaarszonnetje.
Langs de Veersche Kreek lopen we richting het Veerse Meer. Het uitzicht is mooi, zeker omdat boven Noord-Beveland een regenboog hangt, en het is natuurlijk prachtig om vanaf hier de stad Veere binnen te lopen met zicht om de Cromveerse poort, het Stadshuis en de Grote Kerk.
Bij de Napoleontische wallen dalen we via een wenteltrap af in de Oranje Bastion, waar we via een tunnel door de “Grote Beer” de stad bereiken. Het zicht door de schietgaten levert een leuk plaatje op van de Kleine Beer met monnik en daarachter de Koe. De vestingwallen zijn enkele jaren geleden gerestaureerd en het geheel ziet er bijzonder goed uit.
Als we uitkijken over het Veerse Meer, zien we op een golfbreker een grote witte vogel zitten, maar niemand kan met zekerheid zeggen wat het is. Ik maak een foto, zo veel mogelijk ingezoomd en thuis zie ik dat het een kleine zilverreiger is (Egretta garzetta, wat een mooie naam).
Aan de muur bij de Campveerse toren hangt een met mos begroeide onderkaak van een walvis. Een herinnering aan de 17e-eeuwse walvisvaart. Ook aan de gevel van het stadhuis hangt ook een bijzonder voorwerp. We weten niet wat het is, maar gokken er op dat het een strafwerktuig is die ongehoorzame burgers om de nek kregen.
Vlakbij het gemeentehuis strijken we neer op een terrasje waar Annemiek ons trakteert op warme chocomel.

We worden bevangen door een zweem van nostalgie als we langs Oma's Snoepwinkel in de Oudestraat lopen. De meesten van ons herkennen wel snoepgoed uit hun jeugd. Binnen zijn twee jonge verkoopsters (zeker geen oma’s) die gezellige ouderwetse schorten dragen, bezig. De geur van de vele verschillende soorten ouderwets snoep zoals kaneelkussentjes, schuimblokken, toverballen, wijnballen, zoethout, duimdrop, ulevellen. Ulevellen? Nooit van gehoord. Voor sommige snoep ben ik zelfs nog te jong denk ik. Het blijken vierkante harde snoepjes te zijn in verschillende kleuren en dito smaken.
Speciaal bij de ulevellen hoort een oud kinderrijmpje (zoveel poëzie op één dag).

Jarig Jetje zou trakteren
Alle kinderen van haar klas
En Jetje had wat uitgekozen
Waar ze zelf zo dol op was
Ulevellen bracht ze mee,
Ieder kreeg er minstens twee

Het was weer een gezellige tocht met leerzame momenten, cultuur, mooie vergezichten en een aangenaam gezelschap.
Tot de volgende wandeling.

Frank van der Zande