Verslag van de dagwandeling van Vlissingen naar Zoutelande (en terug)

Verslag van de dagwandeling van Vlissingen naar Zoutelande (en terug)

Voor de wandeling van vandaag verzamelen we op parkeerplaats de Vijgheter bij Vlissingen, genoemd naar een wachthuisje dat hier ooit heeft gestaan. Waar de naam Vijgheter vandaan komt – persoonsnaam (Vijgh), verbastering van Vischeter, vijgendieven, zee- of landvijgen of is zelfs een verwijzing naar de Wielewaal (vijgeneter in het Grieks) – is in nevelen gehuld is, net als onze wandeltocht. We hebben nog geen vijftig meter zicht, dus het eerste deel van de route moeten we het doen zonder uitzicht op de duinen in het westen.

Van Vlissingen naar Zoutelande

ZATERDAG 18 FEBRUARI

 Vooraf krijgen we van Henk een stukje interessante geschiedenis van Walcheren te horen, zoals de Britse inval in Zeeland in 1809. De expeditie liep uit op een groot fiasco voor de Britten, onder andere doordat Britse soldaten in groten getale stierven aan de Zeeuwse koorts, een combinatie van malaria, vlektyfus, buiktyfus en dysenterie. Zo'n 4.000 van de soldaten bezweken hieraan (tegen zo'n 100 gesneuvelde soldaten) voordat de troepenmacht uiteindelijk werd teruggetrokken. Naar schatting stierven nog eens 4.000 soldaten na terugkeer aan de ziekte.

Ondanks de mist valt er genoeg te zien. We wandelen door een park dat zo te zien nog niet zo lang geleden is aangelegd. Voor de jeugd, waaronder (andere) Frank en Arnout zich ook rekenen, zijn er tal van leuke hindernissen aangelegd. Al tastend komen we bij een archeologische vindplaats, waar niet veel te zien is, maar waar ooit een boerderij heeft gestaan en waar zwaar gevochten is tijdens de Tweede Wereldoorlog. Volgens het informatiebord zijn er tal van granaten en mijnen gevonden. Die kunnen maar beter weg zijn voor je de jeugd hier laat spelen.

zie fotoalbum

Een stukje verderop stuiten we op twee bunkers langs de tankgracht, onderdeel van de verdedigingslinie Landfront die tijdens de Tweede Wereldoorlog het bezette Vlissingen moest beschermen tegen aanvallen in de rug. De linie was dan weer een onderdeel van de Atlan-tikwall, die zich zo’n beetje langs de hele westkust van Europa uitstrekte, welke de Duitsers aanlegden om een geallieerde invasie te voorkomen.
Geen verdedigingswerk, maar een toevluchtsoord bij overstromingen is de Vliedberg aan de Bergweg. De berg stamt uit de 10e – 13e eeuw. Aan de overkant van de antitankgracht is een uitzichtpunt gemaakt die de geïnteresseerde voorbijganger een onbelemmerd zicht (vandaag dan even niet) op de Vliedberg gunt.

In Zoutelande aangekomen nemen we afscheid van (andere) Frank en houden we even pauze in café de Fiets (waar moet je anders heen als wandelaar) en vervolgen dan onze route over de duinen terug naar Vlissingen.Bij het bunkermuseum hangt een boos briefje van enkele vrijwilligers die ontdaan zijn omdat de een of andere voorbijganger hun handvegertje en troffel heeft meegenomen. Ja, da’s ook niet aardig. De deur van het bunkermuseum staat open, maar het museum is toch gesloten. Jammer genoeg mogen we niet even een kijkje nemen.

De duinen beginnen hier serieus aan hoogte te winnen. We wanen onszelf bijna in de bergen. Alvast goed om de kuitspieren los te maken. Hier bevindt zich ook de startplaats voor de para- en deltavliegers. Zo naar beneden kijkend is het inderdaad een behoorlijke hoogte.
Het is nog steeds zo mistig dat we vanaf de duinen de zee niet kunnen zien. We horen hem wel, dus hij moet daar wel ergens zijn… Maar dan, als we wat verder zijn gelopen, begint het zowaar lichter te worden. De zon breekt langzaam door en we krijgen steeds meer te zien van de mooie wereld om ons heen.

Bij Groot-Valkenisse duiken we het bos in en ook hier stuiten we weer op restanten van de versperring uit de Tweede Wereldoorlog. De drakentanden (Duits: Höckerhindernisse) die hier staan zijn piramidevormige betonnen obstakels die door de Duitsers werden aangelegd om vijandelijke tanks in de duinen tegen te houden.
Langs de vuurtorens van Kaapduinen keren we terug naar het pad over de duinen. De twee vuurtorens vormen samen een lichtlijn in noordwestelijke richting met een smalle sector om schepen veilig door de vaargeul van het Oostgat te loodsen. De lichtopstanden dragen de namen Kaapduinen Hoog en Kaapduinen Laag.
Inmiddels is de mist zo goed als helemaal opgetrokken. Het laatste stuk lopen we langs het strand, hier en daar onszelf tussen de met mosselen en zeepokken begroeide palen van de golfbrekers murwend. Strandlopertjes rennen vrolijk heen en weer met de rollende golven. Nou ja, of ze vrolijk zijn weet ik niet, het ziet er in ieder geval erg vrolijk uit. Een mooie afsluiter voor een bijzonder mooie wandeling.

Frank van der Zande