Verslag Wandelweekend Voerstreek

Verslag Wandelweekend Voerstreek

Ervaar en koester de stilte, een motto dat we lezen op een ligbank vlak voor we het dorpje ’s-Gravenvoeren binnen wandelen. Zeer zeker passend bij deze streek, maar de Voeren is meer dan dat. Het gebied langs de Voer is niet ruig, wild of onherbergzaam, maar door de eeuwen heen gecultiveerd. Dat straalt het ook uit; het land is oud, geschiedenis vind je hier op elke hoek van de straat, van prehistorie tot heden. Dat heeft de Voeren een bijzonder en eigen karakter gegeven en maakt het zo de moeite waard om hier te wandelen.

Marga, Henk, Annemiek en Frank verzamelen zich op vrijdag bij camping Natuurlijk Limburg, waar we de komende nachten verblijven. ’s Avonds wandelen we naar de vier kilometer verderop gelegen herberg Moeder de Gans in Teuven, waar we ons tegoed te doen aan lokale lekkernijen, zoals forel, konijn, verse asperges.

De volgende dag gaan we met de auto naar Mheer in Nederland. Daar voegt Willem zich bij ons gezelschap. De auto laten we achter en we wandelen van Mheer naar de camping om dan zondag vanaf de camping weer naar Mheer terug te lopen.
Voor we op stap gaan bewonderen we eerst nog het Kasteel Mheer, dat sinds 1668 onafgebroken in bezit is van de familie de Loë. Kasteel Mheer is het enige kasteel in Nederlands Limburg met een hardstenen mezekouw of pekneus. Boven de poort bevindt zich een uitbouw waarlangs vijanden van het kasteel bestookt werden met pijlen en met alles wat maar naar beneden kon worden gegooid, zoals kokend water en stenen.

Een van typische kenmerken van de streek, in zowel Nederlands Limburg als in de Voerstreek, is de overdaad aan wegkruizen. Ik heb me voorgenomen om tijdens deze wandeltocht alle wegkruizen te fotograferen. Daarmee is het geen gewone wandeling meer, maar een kruistocht geworden. Mijn medewandelaars vinden het wel grappig en attenderen me regelmatig op de aanwezigheid van een kruis, waarvan sommigen aan het zicht zijn onttrokken door weelderige plantengroei. Uiteindelijk weet ik zoveel foto’s te verzamelen – bijna vijftig, genoeg voor een memoryspel. De meeste kruizen zijn een lijdende Christus aan het kruis, maar hier en daar zijn er ook Mariabeeldjes. De kruizen zijn vaak voorzien van een tekst in het Nederlands, Frans of Limburgs. Om maar wat voorbeelden te noemen:
Ich wis datste kaoms,
In de stilte van de natuur, ervaren wij zijn goedheid,
Mon Jésus misericorde,
Gegroet o Kruis / Ons enig Heil,
Seigneur, aie pitié de nous,
Höb respek veur eederinge!

Af en toe is het goed oppassen waar je je voeten neerzet. In deze streek komt de wijngaardslak veel voor. Onderweg komen we er dan ook een aantal tegen. In de rest van de Benelux is de slak vrij zeldzaam. Ook wordt de slak hier gekweekt voor consumptie. In de Middeleeuwen werd de wijngaardslak vooral door monniken gekweekt, omdat de slakken tijdens de vastentijd als voedsel werden toegestaan.

Langs de Heiweg vlak bij de grens staat een grote, negen meter hoge uitkijktoren. Door de harde wind wiebelt het gevaarte dreigend. In de verte zien we de steenafvalbergen van de voormalige mijnen, of terrils zoals ze in België worden genoemd, rondom Luik. Naar het westen zien we de Sint-Pietersberg en hoe hier de ENCI in de loop der jaren de mergel zorgvuldig heeft afgegraven.

Onze weg vervolgt langs glooiende heuvels en bij grenspaal 27 steken we de grens naar België over. Een smal pad langs het natuurreservaat de Kruisgraaf, waar meidoorn volop in bloei staat, ligt bezaaid met vuurstenen. De prehistorische bewoners in dit gebied maakten van deze makkelijk te bewerken steensoort pijlpunten, vetkrabbers en bijlen. Naar de grond turend in de hoop een prehistorisch gebruiksvoorwerp te vinden, vergeet ik bijna de omgeving te bekijken. Gelukkig valt mijn oog wel op de enorme dassenburcht zo’n dertig meter van het pad. De das komt hier veel voor en is niet voor niets opgenomen in het logo van Toerisme Voerstreek (http://www.voerstreek.be/ ).
Jammer genoeg is de das een nachtdier en verblijft hij overdag in het netwerk van ondergrondse tunnels. De burchten worden van generatie op generatie gebruikt en kunnen eeuwenoud worden. Gedurende onze hele wandeling komen we geen das tegen, wel veel burchten.

zie fotoalbum

En dan komen we in ’s-Gravenvoeren. Dit is de bekendste en historisch gezien de belangrijkste deelgemeente in de Voerstreek. De grootste bekendheid geniet de voerstreek vanwege de taalstrijd, maar hoe zat het ook al weer?
Op Wikipedia lees ik:
In de Belgische Voerstreek woedt al decennialang taalstrijd. De zes dorpen langs het riviertje de Voer werden in de jaren 1960 voorwerp van politiek verhitte debatten in België. De overheveling van de streek van de Waalse provincie Luik naar de Vlaamse provincie Limburg bij de vastlegging van de taalgrens in 1963 resulteerde in politiek gekrakeel dat in de jaren 1980 geregeld een nationale dimensie kreeg en in 1987 tot de val van de federale regering leidde. De dorpen in de Voerstreek zijn sinds 1963 wettelijk Nederlandstalig met faciliteiten voor Franstaligen.
Voeren bestaat uit zes deelgemeenten: 's-Gravenvoeren, Moelingen, Remersdaal, Sint-Martens-Voeren, Sint-Pieters-Voeren en Teuven. Daarnaast zijn er nog zestien gehuchten. Het gebied is ongeveer 50 km² groot en relatief dunbevolkt. Ongeveer een kwart van de inwoners zijn Nederlanders.

We belanden in afspanning De Swaen voor een versnapering, waar koningin Beatrix, zo lees ik in het krantenartikel dat mooi ingelijst in de hal van de oude herberg hangt, ooit incognito bloedworst met appelstroop, “stinkkaas” en roggebrood is komen eten. Binnen brandt een gezellig haardvuur en wij laten de linzenabrikozenvlaai goed smaken. De vlaai heeft niets te maken met de peulvrucht, maar de vlaai is gemaakt van een soort koekjesdeeg. Na de vlaai drinken we nog een authentiek ‘Voerdrupke mit Sjlieëkreke’. Een lichte aperitiefjenever van 22° die gestookt wordt met het extract van sleedoornpruimpjes.

We vervolgen onze route door het natuurreservaat Altenbroek. Met hier en daar een kleine waterval kabbelt de Noorbeek door het landschap met zijn Engels karakter, dat opgefleurd wordt door bloeiende gulden sleutelbloem en pinksterbloem. Hoewel de voorjaarskleuren door beginnen te breken lijkt het door de dreigende bewolking eerder herfstachtig. Talloze populieren zijn hier begroeid met de parasitaire maretak.

Bij de afdaling naar Sint-Martens-Voeren trekt vooral de enorme neoclassicistische spoorbrug de aandacht, die met een overspanning van 250 meter het dal van de Voer overspant. Spoorlijn 24, zoals de lijn heet, verbindt Tongeren met Aken. Het spoorwegviaduct werd tijdens de Duitse bezetting van België tijdens WO I gebouwd. Vanwege het zware vrachtverkeer moest de spoorlijn zo vlak en recht mogelijk worden. Vandaar dat in de Voeren het tracé een aantal viaducten en tunnels bevat. Een stuk verderop duikt de spoorlijn een tunnel in onder het Veursbos door.

Sint-Pieters-Voeren is de kleinste deelgemeente van Voeren, maar herbergt de imposante commanderij van de Duitse Orde. De Duitse Orde is een geestelijke ridderorde, ontstaan tijdens de Derde Kruistocht (1189-1192). Net als de Tempeliers en de Johannieters had de orde als doel heidenen op militante wijze te bekeren. De orde was onttrokken aan de feodale hiërarchie. Het hoofd van de Orde, de grootmeester, was enkel ondergeschikt aan de Paus.

Zuid Limburg en de Voerstreek kent tal van holle wegen of grub(be). Een weg die is uitgesleten door uitspoeling van regen en/of door veelvuldig gebruik, waardoor de weg tussen twee hellingen ligt. Een groot deel van onze tocht gaat langs holle wegen. De wegen geven het gebied een authentiek karakter. Je vraagt je af wie allemaal gebruik hebben gemaakt van deze wegen; alleen de plaatselijke bevolking of misschien ook wel de Romeinen?

De volgende dag wandelen we door het dorpje Remersdaal, waar de taalstrijd zichtbaar aanwezig is. Op een oud vervallen woonhuis staat met grote letters gekalkt: “Village Wallon”. Hoe lang geleden de tekst is aangebracht weten we niet. Misschien staat het er al jaren. Het dorp is niet toeristisch en mist de aantrekkelijke uitstraling van de andere dorpen waar we doorheen gekomen zijn.

Op weg van Teuven richting Sippenaeken komen we langs een monument voor de slachtoffers van de Dodendraad, ook wel de Draad des Doods genoemd. Door de Duitsers werd in de Eerste Wereldoorlog een versperring geplaatst langs de hele grens tussen het neutrale Nederland en het bezette België. Op de draad stond een spanning van 2000 volt. Inwoners van de grensstreek bedachten de meest creatieve manieren om door of langs de versperring te komen, zoals polsstokspringen, passeursramen, via duikers en riolering, door de mergelgrotten, rubber matten die isolerend werken. Ondanks dat vielen er veel slachtoffers. Het monument werd opgericht in 1920. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vernielden de Duitsers het monument. In 1962 werd een nieuw monument op dezelfde plaats opgericht.

Het laatste deel van de tocht lopen we door Nederlands Limburg en komen langs het pittoreske Slenaken, waar we even pauzeren voor een Limburgse vlaai.
Net voor Noorbeek begint het te sneeuwen. Kleine lichte, brosse korrels sneeuw toveren in een mum van tijd het landschap om in een winters tafereel. Een vreemd zicht; fruitbomen in volle bloei bij vallende sneeuw. Ondanks de neerslag bederft het ons plezier niet. Henk weet nog wel een passend Hollands gezegde: “aprilletje zoet, heeft nog wel eens een witte hoed”. Langzaam gaat de sneeuw over in regen en tegen de tijd dat we in Mheer aankomen zijn we behoorlijk nat en hebben het koud. In Café Quanten bestellen we een beker warme chocomel en een kom dampende soep. Terwijl we zitten te eten breekt de zon weer door, maar niet voor lang. Even later dwarrelen er dit keer dikke vlokken sneeuw uit de lucht. Het lijkt wel of we dit weekend alle seizoenen hebben meegemaakt. We kijken terug op een geslaagd weekend met voldoende inspanning; ongeveer 45 kilometer gewandeld, en aangename ontspanning; lekker eten en drinken in goed gezelschap. Daarnaast hebben we een hoop opgestoken over een gebied dat, in ieder geval bij mij, tot nu toe vrij onbekend was.
Een prachtig wandelgebied en absolute aanrader!

Frank van der Zande