Wandelweekend Ardennen

Wandelweekend Ardennen

Een van de spannendste dingen bij het wandelen in de Ardennen begin oktober is niet de vraag of er gejaagd gaat worden, maar of er gejaagd gaat worden waar je wilt gaan wandelen.

Vrijdag 5 oktober

Op goed geluk rijden we naar de kapel van Saint Meen in het gehuchtje Brûly-de-Pesche, waar ons wandelgezelschap zich verzamelt voor de wandeling van dit weekend.

Vooraf aan de wandeling nemen we een kijkje in de kapel. Saint Meen is beroemd geworden door zijn heldendaad een monsterlijke draak onschadelijk te maken aan de oevers van de Loire tijdens zijn pelgrimstocht naar Rome. Dat waren nog eens tijden. Zijn voorspraak wordt tegenwoordig ingeroepen tegen huidziekten. Naast een beeld van Saint Meen hangt de kapel vol met beelden van andere heiligen, waaronder de heilige Rita, advocate van hopeloze zaken, de heilige Ghislain die een goed moederschap verzekert, de heilige Rolanda, Adèle, Renelda en ga zo maar door. En natuurlijk niet te vergeten Onze Lieve Vrouwe van Lourdes.

Niet ver van de kapel is een bron waar pelgrims hun dorst naar devotie konden lessen.

Wie zeker geen bedevaartganger was, maar hier korte tijd verbleef in de jaren veertig was Adolf Hitler. Een lelijke betonnen bunker herinnert aan zijn verblijf. De omliggende gebouwen zijn nu omgetoverd tot museum, dat niet open is, maar we kunnen wel een kijkje nemen in de bunker.

Bunker Hitler

Aan een boom bij het begin van de route hangt een waarschuwingsbord met de mededeling dat hier 6 oktober groot wild zonder pardon wordt afgeschoten. Gelukkig is dat pas morgen en kunnen we met een gerust hart verder lopen.

Het grootste deel van de tocht loopt langs het riviertje l’Eau Noire en door  bosrijk gebied waar een laaghangend zonnetje de eerste herfstkleuren nog mooier doen uitkomen.

Veel spectaculairs valt er deze eerste dagwandeling niet te beleven. We zien het als opwarmertje voor de flinke tocht die ons morgen te wachten staat.

Rond vier uur zijn we weer terug bij de auto en gaan naar het vakantiepark in Oignies-en-Thiérache, waar we twee huisjes hebben gehuurd.

’s Avonds rijden we naar Fumay in Frankrijk, slechts zeven kilometer hiervandaan om te gaan eten in Hostellerie de la Vallee. Onderweg komen we langs het kunstwerk “La Cathédrale de Lumière” van de Belgische glaskunstenaar Bernard Tirtiaux. Ooit, toen de Europese Gemeenschap nog vijftien lidstaten telde was dit het geografische middelpunt van die landen. Men heeft hier tevens de laatste Frank begraven (de munt hè).

Zaterdag 6 oktober

Gisteren was dus een opwarmertje. Vandaag begint het serieuze werk.

Vandaag gaan we de Calestienne lopen, een pittige route met aardig wat hoogtemeters en de nodige hindernissen.

We starten vanuit Nismes waar het vandaag weekmarkt is. De meeste van ons kopen wel wat lekkers voor onderweg.

We klimmen snel tot boven het dorp waar een uitzichtpunt ons een mooi overzicht geeft van het dorp onder ons. Hoewel het herfst is, voelt het vandaag aan als hartje zomer.

Een van de eerste obstakels deze dag is een diepe karstput. Volgens wel ingelichte bronnen zou er vandaag hier niet gejaagd worden. Een zwaar bewapende jager verspert ons echter de weg en maakt ons duidelijk terug te keren van waar we vandaan komen. Luide knallen bevestigen zijn waarschuwing. We proberen nogmaals via een ander pad, maar ook hier staat een jager. We keren om en concentreren ons maar op het andere deel van de tocht.

We komen terug in Nismes en steken de l’Eau Noire over, die hier door het dorp loopt.

Om het dal uit te komen moeten we weer flink klimmen. Hier komen we bij de doline Fondry des Chiens; een zinkgat in het karstgebied.

De doline heeft aan de zuidkant een goed begaanbaar pad naar beneden. De waaghalzen onder ons dalen aan de steilere noordkant van de put af. De put bestaat uit twee delen; het makkelijk toegankelijke deel en een deel dat het nodige klimwerk vereist. De waaghalzen onder de waaghalzen van ons groepje durven dit wel aan. We klauteren over rotsen en murwen ons door spleten terug een weg omhoog tussen de steile rotspieken en wanden van de put.

Fondry des Chiens

We voegen ons weer bij de rest van de groep en gaan dan op weg naar Roche Trouée. Bij die rots kun je langs één kant afdalen tot bij een grotje. De grot loopt dwars door de rots. Aan de andere kant kun je dan weer omhoogklimmen naar het uitkijkpunt. Als wij er aankomen zien we juist een grote groep Vlaamse wandelaars één voor één omhoog klimmen uit het grotje. Als zij allemaal weer boven zijn, gaan weer enkele waaghalzen van ons op pad voor deze avontuurlijke ervaring.

Na een paar kilometer wandelen komen we bij Roche aux Faucons. Een stief klimmetje van dertig meter voert ons naar de top, om daar te zien dat we op de verkeerde rots staan! Een andere rotspiek, een meter of dertig van ons vandaan, is Roche aux Faucons. Dat weten we omdat de Vlaamse wandelaars die we zojuist zagen hier naar boven klimmen. We kunnen niet bij elkaar komen, omdat er een diepe kloof tussen de rotsen ligt, maar we kunnen wel met elkaar praten. Aan de andere kant van de rots is weer een steile afdaling. Daar komen we aan de oever van l’Eau Noire. Het begint een beetje traditie te worden om tijdens de Ardennen wandelingen rivieren te doorwaden. Dus schoenen uit, broekspijpen omhoog en gaan, door het ijskoude water. Onze Vlaamse vrienden gaan dezelfde kant op en pakken het op rigoureuzere wijze aan; gewoon met je schoenen aan zo snel mogelijk naar de overkant door het water rennen. Natte voeten gegarandeerd. We maken een praatje met deze grote vriendengroep en wat we al vermoedden, zij lopen precies dezelfde route als wij. We wensen hun een fijne tocht en spreken gekscherend af tot later.

Langs de route ligt de oude steengroeve van Prosper. “Verboden toegang” zo lezen wij, vanwege instabiele wanden. Uiteraard gaan we toch een kijkje nemen en zien dan rappeltouwen hangen langs de ‘instabiele’ wanden. Ja, ja. Een groep jongen scouts gaat hier hun leven wagen.

Op de bosweg staat een groot herdenkingskruis uit 1862 die herinnert aan een dodelijk ongeval in de groeve van een zekere Jacques Sauvage.

Haute Roche is een uitzichtpunt waar eigenlijk niet zo veel valt te zien. Enkele honderden meters verderop ligt de ruïne van Chateau de Haute Roche. Met veel borden maakt men ons duidelijk dat het hier om privé eigendom gaat en dat, om het maar kort en duidelijk te houden, wij hier niet welkom zijn. Volgens de routebeschrijving moeten we naar de achterkant van de ruïne om daar langs een zeer, zeer steil pad af te dalen. Aan de andere kant van de ruïne loopt een pad die wat vriendelijker afdaalt en beter geschikt is voor ons, wat oudere wandelaars…

Beneden mogen we onze schoenen weer uittrekken om nogmaals l’Eau Noire te doorkruisen. Tussen de grijze stenen op de rivierbodem ontdekken we, nauwelijks zichtbaar, rivierkreeften. Herkenbaar aan de vorm en de opvallende witte puntjes op hun scharen. Oei, wat zou er gebeuren als je daar met je blote voeten op trapt. Voorzichtig waden we naar de overkant, goed kijkend waar we onze voeten wegzetten. Gelukkig komen we allemaal ongehavend aan de overkant.

Oversteek l'Eau Noire

Terwijl we bezig zijn met onze voeten te drogen, zien we aan de overkant van de rivier Haute Roche, met daarbovenop de ruïne en het zeer, zeer steile pad. We zien onze Vlaamse vrienden hier afdalen en dat ziet er behoorlijk gevaarlijk uit. We zijn blij dat we voor het andere pad hebben gekozen.

Op een fraai pad door het dal van l’Eau Noire worden we ingehaald door twee mountainbikers met elektrische fietsen, Op de een of andere manier krijg ik het gevoel dat deze sportievelingen vals spelen. Het zou zoiets zijn als wandelen met exoskelet, maar misschien ben ik wel te puriteins in mijn opvattingen; ware verlichting wordt pas verkregen na zware inspanning…

Meteen daarna wordt die gedachte beloond met de beklimming van een helling met een stijgingspercentage van zeker 50%. Dat was de laatste inspanning van deze avontuurlijke tocht voor vandaag. Er volgt een gestage afdaling naar Nismes, waar we neerploffen op het terras van La Barrage.

Eten doen we in de lokale pizzeria en wie treffen we daar weer aan? Jawel, onze Vlaamse vrienden! De pizza smaakt na zo een inspanning heerlijk, de wijn net iets te, en als de Vlaamse vriendengroep een “Lang zal tie leven” inzetten voor één van hun kompanen, haken wij daar luidkeels zingend bij aan. Het is een en al feest en gezelligheid op deze prachtige nazomerse dag.

Zondag 7 oktober

De nazomer dit weekend duurde precies twee dagen. Vannacht heeft een zware onweersbui het gebied geteisterd. Als we wakker worden miezert het nog en is het zwaar bewolkt. Desalniettemin vertrekken we goed geluimd naar Regniessart, volgens de routebeschrijving een goed bewaart geheim op een open plek in het immense Forêt de Nismes.

We parkeren bij het bijzondere kapelletje, waar we twee wandelaars tegenkomen die hier vandaan komen. De man vraagt ons waar we naar toe gaan en vertelt ons waar de ‘no go’ jachtzones voor vandaag liggen. Alleen in het noordelijke deel lopen we het risico afgeschoten te worden, maar er is een goed alternatief.

Het eerste deel loopt pal naar het noorden langs een zeer afwisselend bos. Langs het pad staan een aantal met mos begroeide stenen. Oude grenspalen uit 1755 die de scheidslijn vormden tussen het prinsdom Luik en het hertogdom Bouillon. Op hetzelfde pad komen we langs een gedenksteen met de cryptische tekst R.P. 1954 5S. Geen idee wat het betekent.

Het op sommige punten zeer donkere bos herbergt nog meer bijzondere dingen, zoals Baraque du Tilleul, een zeer vervallen huisje, verder een boomstronk met daarbovenop een zoutblok voor reeën en herten en een grote kooi waarvan we het nut alleen maar kunnen raden.

Baraque du Tilleul

Op de terugweg lopen we langs het riviertje Ruisseau de Nouée. Het pad is niet alleen onderdeel van een GR route, maar ook van Camino de Santiago de Compostela. We zitten dus op de goede weg. Nog 1679 kilometer te gaan en we zijn er.

Camino de Santiago de Compostela

Tot slot komen we nog langs Baraque du Coo en na zeventien kilometer wandelen zijn we terug in Regniessart. We nemen nog een kijkje in het kapelletje dat gewijd is aan de Saint Antoine. De kapel heeft een sobere inrichting met een houten tongewelf. Ook hier weer tal van heiligenbeelden: St. Walfroid, Antoine de Paloue, uiteraard Notre Dame de Lourdes en nog wat anderen.

Alleen al om het uitgestrekte woud met veel afwisseling in de begroeiing was deze wandeling bijzonder de moeite waard. Dat het aan het begin miezerde, deerde niet. Vandaag hadden we tenminste een echte herfstwandeling.

In café Chez Raoul in Viroinval komen ideeën naar boven voor dag- en weekendwandelingen voor volgend jaar. Dat belooft veel goeds. Uitgebreid nemen we afscheid van elkaar met de belofte elkaar binnenkort weer te zien bij een volgende wandeling.

Dit wandelweekend gaat zeker de analen in als één van de mooiste tot nu toe. Wie ook zo’n mooie wandeling wilt maken moet eens een kijkje  nemen op de website originelewandelingen.be. Keuze te over. Wie daarnaast wil genieten van goed gezelschap, sluit zicht het best aan bij één van onze wandelingen. Gezelligheid gegarandeerd. Hou de kalender in de gaten.

Tot de volgende wandeling

Frank van der Zande