Wandelweekend Ardennen

Wandelweekend Ardennen

Traditiegetrouw begeven ons éénmaal per jaar naar de Belgische Ardennen voor een driedaags wandelweekend. Wat niet traditiegetrouw is, is de tijd van het jaar. Normaliter gaan we in de herfst, maar dit keer geen kleurig lover en paddenstoelen, maar bloeiende bloemen en kwetterende vogels.

Een drietal mooie wandeling hebben we voor de boeg tussen Namen en Dinant. Een gebied dat vooral bekend is bij rotsklimmers, maar dat voor wandelaars ook zeker de moeite waard is.

Vrijdag 24 mei

We verzamelen rond een uur of elf in het gehucht Haute-le-Wastia. De tocht die voor vandaag op de planning staat is ongeveer 16 kilometer lang en voert langs de heuvels van de Molignée, een bochtig riviertje dat uitmondt in de Maas.

We lopen afwisselend door bos en langs open velden. Hoewel het lang op zich heeft laten wachten lijkt het voorjaar nu echt op gang te komen. Met zijn zomerse temperaturen kan deze dag niet meer stuk. De tocht is vooral aangenaam in plaats van spectaculair. Overal de kleurrijke begroeiing om ons heen en de heerlijke geur van bloemen. In de vele weilanden liggen Belgische witblauw runderen lui te herkauwen. Deze rundersoort wordt voornamelijk gefokt voor de vleesproductie. Ergens in een weiland kijkt een enorme stier ons argwanend aan. Het beest heeft een imposante uitpuilende spiermassa, waarbij ‘Anuld’ afsteekt als een miezerig mannetje. Het is indrukwekkend, maar ook wel triest wat doorfokken met dieren doet. Zo zien we ook een aantal koeien met duidelijke littekens van een keizersnede, omdat kalveren een dubbelgespierde schouder hebben, waardoor ze niet meer door het geboortekanaal heen kunnen.

De streek is vast en zeker katholiek, gezien het aantal kapelletjes dat we tegenkomen. Eén ervan heeft zware beschadiging opgelopen, ondanks dat het er nieuw uitziet. Het dak is zeker tien centimeter verschoven ten opzicht van de muren. Binnen rest alleen nog een kruis met slechtst de schaduw van Christus, plastic bloemen en een kaarsstomp.

Vlakbij het gehucht Foy staan de restanten van de burcht van Montaigle. De toegang is afgesloten en verplaatst naar een andere plek. Volgens de bezoekerstabel is de burcht vandaag gesloten. We genieten dan maar van het aanblik.

Enkele prachtige diep uitgesleten paden brengen ons weer terug naar Haute-le-Wastia. Vandaaruit rijden we naar camping Durnal. De lokale biertjes en de hamburger met friet laten zich goed smaken. Tot laat in de avond kunnen we buiten zitten. Hoe aangenaam.

Zaterdag 25 mei

Les Sept Meuses is een van de spectaculairste uitzichtpunten in dit gebied. Op heldere dagen kun je maar liefst zeven meanders van de Maas zien. Een goede reden om hier naar toe te wandelen. Maar voor we daar zijn, zullen we eerst een flink stuk moeten klimmen.

We parkeren de auto in het gehuchtje Hun. Aan de andere kant van de Maas ligt het klimgebied van Yvoir, Rochers du Paradou. Een aantal klimmers is al bezig de steile platen te bedwingen.

Naast de kerk van Hun staat een groot beeld van de heilige Christoffel met het kindje Jezus op zijn rug. Christoffel is de patroonheilige van onder andere reizigers, dus laten we hopen dat hij ons vandaag ook bij staat. Christoffel wordt op de foto gezet om toe te voegen aan mijn enigszins onzinnige verzameling van “kapelletjes en wegkruizen”. Heiligenbeelden schaar ik daar voor het gemak ook maar onder. Nieuwkomers bij onze wandelclub zijn eerst altijd verbaasd over mijn excentrieke verzamelwoede, maar doen al snel mee met mij attent maken op allerlei religieuze objecten in het landschap.

We gaan op weg naar Annevoie langs fraaie weilanden, waar we tussen de bomen door een groot kasteel zien. Zachtjes begint het te regenen en na een poosje wordt het tijd om de regenjassen tevoorschijn te halen. Tegen de tijd dat we in Annevoie aankomen plenst het goed door. De deur van de kerk staat open en binnen is het droog, dus maken we van de gelegenheid gebruik om een beetje te schuilen. Zoals in veel katholieke kerken, staat het hier ook vol met heiligenbeelden: Sint Antonius, Sint Franciscus, Sint Blablabla.

Ondanks dat het maar blijft regenen besluiten we toch weer verder op pad te gaan.

Net buiten het dorp zien we ergens rook uit de berm opstijgen. Iemand heeft een grote hoeveelheid afval, waaronder plastic, in brand gestoken. Niemand die toezicht houdt. We verbazen ons over de onverschilligheid van het brandje en vragen ons af of we het moeten melden. Omdat het nog behoorlijk regent laten we maar voor wat het is.

We duiken een bos in en af en toe hebben we bij open plekken zicht op het gehuchtje Warnant in het dal onder ons. Met een grote boog trekken we er omheen, tot we bij een oude ontmantelde spoorweg komen – de rails zijn al lang geleden verwijderd – die ons rechtstreeks naar het dorp leidt. Het blijft maar regenen en de enige horecagelegenheid, Chez GiGi, is gesloten. Zelfs de kerkdeuren zijn hermetisch afgesloten en in de verste verte is geen schuilplaats te vinden in het dorp. Daar staan we dan, tot een aardige inwoner van Warnant ons toestaat te schuilen in zijn garage. En wat een ervaring is dat! Een grote ruimte, stinkend naar olie en smeer, waar een enkele grasmaaier en kleine tractor wachten op reparatie. De muren hangen vol met V-snaren, koppakkingen, gereedschap, ijzerwaren die we niet herkennen en posters van schaars geklede dames. Ergens staat een grote nog met banden aangedreven kolomboormachine. En overal, echt overal ligt afval: blikjes, flesjes, papier, volle asbakken en nog veel meer. Maar helemaal bovenin op de muur achterin hangt een kruisbeeld.

Nadat we bekomen zijn van de verbazing en voldoende hebben gegeten, gaan we weer verder en zo waar, het lijkt droog te worden.

Ik raadpleeg de kaart om te zien wanneer we naar Les Sept Meuses gaan klimmen en kom er dan achter dat we de afslag helemaal gemist hebben. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan. We hadden allang op de top moeten staan. Terugkeren heeft geen zin. We lopen dus maar door naar Hun en daar besluiten we wel of we de klim naar het uitzichtpunt nog willen maken.

Een werkelijk schitterend pad, de struiken zijn in een boog over het pad gegroeid, zodat het lijkt of we door een groene tunnel lopen, voert ons naar een heuvelrug, vanwaar we uitzicht hebben op Haut-le-Wastia, ons vertrekpunt van gisteren.

Het pad dat we volgen over de heuvelrug heeft door de regen een spekglad modderlaagje gekregen. Bij iedere stap voel je je voeten wegglijden. Het is vermoeiend lopen en ik hoor hier en daar wat gemopper achter mij.

Na enkele kapelletjes komen we aan in Hun. Inmiddels is het prachtig weer geworden. Een aantal van ons willen nog wel naar Les Sept Meuses. De groep wordt in tweeën gesplitst. De ene groep gaat op zoek naar een terrasje. Wij rijden door naar Annevoie, waar we dus verkeerd gelopen zijn, en parkeren de auto bij de beroemde Jardins d'Annevoie.

Een groot gouden Christusbeeld wijst ons de weg naar boven. Langs een zeer steil pad – en met zeer steil bedoel ik echt steil – klimmen we naar het uitzichtpunt. Uiteraard is daar een horecagelegenheid met parkeerplaats, waar de niet zo sportieve wandelaars ook kunnen genieten van het formidabele uitzicht.

De zeven meanders kunnen we door de nevels niet zien. Met een beetje fantasie zien we er een vier. We maken foto’s van het uitzicht, van elkaar en van onsselfie en keren dan via een vriendelijkere afdaling terug naar de auto.

Een prachtige afsluiter van een net iets te natte dag. Maar soms gaat dat zo.

Zondag 26 mei

’s Ochtends ligt de vallei waarover wij uitkijken vanaf de camping in een dichte nevel. De contouren van de heuvels en bomen is slechtst vaag zichtbaar.

Het is alweer de laatste dag. We vertrekken vanuit Durnal richting Crupet, één van Les Plus Beaux Villages de Wallonie, beroemd als bedevaartplaats om haar bijzondere grot.

Het zou zeer aangenaam wandelen zijn via het fraai uitgesleten pad, ware het niet dat juist uitgerekend vandaag de een of andere mountainbikeclub hier een course heeft uitgezet. Rakelings passeren ze ons op de soms uiterst smalle paden. Sommige zeggen vriendelijk merci als we een stap opzij doen, of bonjour. Anderen hebben er duidelijk de pest in dat uitgerekend vandaag de een of andere suffe wandelclub de vaart uit hun hoge snelheid haalt.

In Crupet krijgen we het voor elkaar de enorme Antoniusgrot te missen. De grot werd gebouwd tussen 1900 en 1903 door de inwoners van Crupet, op verzoek van de toenmalige pastoor Abt Gérard, groot fan van Antonius van Padua.

Zonder de grot dus gezien te hebben, wandelen wij langs velden en door bossen. Bijna stappen we op een slang, of nee, een hazelworm. Het beest ziet er niet uit als een worm, gedraagt zich als een slang, dus denken wij: het is een slang(etje). Hooguit dertig centimeter. Thuis heb ik het maar eens opgezocht. Het is een hazelworm, een pootloze hagedis.

Een stukje verder ligt een zalig groen weiland met een weids uitzicht. Aan de overkant van de vallei zien we het uitzichtpunt Les Sept Meuses en de opvallende rood met witte zendmast van de RTBF.

Een rood bordje met de tekst: “Privaat eigendom en weg. Toegang en Verkeer verboden”, nodigt ons van harte uit hier te picknicken. Even later liggen we in het gras, te genieten van het zonnetje en een warm briesje. Niets anders dan het gefluit van vogeltjes klinkt om ons heen. Ieder van ons is zijn of haar eigen gedachten verzonken. Heerlijk loom genieten van het voorjaar. Na een tijdje wordt het briesje kouder, een teken om verder te gaan, hoe fijn het ook is om hier te relaxen.

We dalen verder af het bos in tot we bij het riviertje de Bocq komen, een zijriviertje van de Maas. Om aan de overkant te komen moeten we een steile talud beklimmen van een spoorbrug en daarlangs oversteken naar de overkant van de rivier. De brug is onderdeel van een oude spoorlijn tussen Ciney en Yvoir. Volgens onze beschrijving is de lijn twintig kilometer lang en wordt hij beschouwd als de mooiste van het land, met veel bruggen, haltes en tunnels. En je kunt hem tegenwoordig te voet bewandelen, hoewel er toeristische ritten worden georganiseerd.

Als we boven komen begint de grond te trillen en komt er een laag gebrom uit de tunnel links van de brug. Het zal toch niet waar zijn! Het geluid en trillen neemt toe en in de tunnel zien we drie lichtjes op ons afkomen. We stappen aan de kant en brengen fototoestel in de aanslag. Even later dendert er met veel kabaal een goederentrein voorbij. Blijkbaar is het spoor nog gewoon in gebruik. Aangezien het enkelspoor is en de trein net voorbij is gekomen, durven wij de brug wel over te steken.

Na de brug duiken we een smal pad het bos in en klimmen we weer omhoog. We passeren nog een paar keer de spoorlijn en komen dan bij een Ancienne Carrière. Een grote krater is ondergelopen met water. We staan op het randje van een diepe afgrond. Geen enkel waarschuwingsbord of afzetting. Het spreekt voor zich dat het hier levensgevaarlijk is.

We verlaten het bos en langs fraaie paden over open terrein met mooie uitzichten komen we weer terug in Durnal.

Omdat we de grot van Saint Antoine nog graag willen zien, rijden we met de auto terug naar Crupet. We dwalen door de grot, vol met beelden van heiligen in religieuze taferelen. Overal tussen de beelden liggen boodschappen, prentjes, foto’s die gelovigen achter hebben gelaten voor hun verloren gegane geliefde. Maar er liggen vooral veel briefjes met vragen waar ze dit of dat toch hebben gelaten – Antonius is de patroonheilige van de verloren voorwerpen.

Tegenover de grot zit een uitspanning waar we op het terras onder genot van een hapje en een drankje het weekend evalueren.

En weer moeten we concluderen dat het geweldig was. Het klinkt bijna afgezaagd, maar goed gezelschap en een mooie omgeving, wat wil je nog meer?