Winterbivak Hoge Venen

Winterbivak Hoge Venen

“Jij liever dan ik” is toch wel de meest gehoorde reactie van mensen als je ze vertelt dat je midden in de winter gaat wildkamperen ergens in de Ardennen. Met een blik die het houdt tussen ongeloof en medelijden vragen ze zich af of je ze voor de gek houdt of dat je gewoon van lotje getikt bent. En op de vraag “waarom?” kan ik eigenlijk geen goed antwoord geven. Met een simpel “omdat het kan” kom je niet weg. Vrijheid, survival skills aanscherpen, back to nature ervaring, stoerdoenerij, masochisme of om later thuis op te kunnen scheppen? Wat drijft iemand er toe om een warm huis waar je alles bij de hand hebt te verruilen voor het slapen op een matje op de koude grond in een klein tentje in de sneeuw, eten te koken in een klein pannetje en uren lang te lopen met een zware rugzak door onmogelijk terrein?

Vrijdag 2 februari

Enfin, zeven zotte zielen verzamelen zich om acht uur ’s avonds op een parkeerplaatsje in het bos bij Raeren, niet ver van Eupen. Er licht sneeuw! Weliswaar niet zo heel veel, maar toch.

In het donker, gewapend met slechts een voorhoofdlampje, stappen we het donkere bos in, op zoek naar de schuilhut Bellesfort, waar we hopen te kunnen bivakkeren. De schuilhut is snel gevonden, maar biedt nauwelijks plaats aan ons gezelschap. Beneden bij de rivier is echter volop plek. Een mooi vlak terrein en een picknicktafel. Ieder zet zijn tentje op, behalve Viktor. De Die Hard slaapt onder een tarp in een bivakzak. Je hebt altijd baas boven baas.

Terwijl het riviertje Die Weser lekker voortkabbelt en een bosuiltje ons op haar aanwezigheid attent maakt, keuvelen wij wat over reizen onder het genot van een slokje whisky.

Zaterdag 3 februari

De nacht is koud en lang. Ik kan er niet aan wennen, de eerste nacht in een tentje. De laatste uren kruipen maar langzaam voorbij en op het laatst weet je niet weet hoe je moet gaan liggen. Het is wachten tot het licht wordt. Ondanks alle ongemak sta ik fris en monter op. Ook de anderen lijken weinig last te hebben van de nachtelijke ontbering.

Door het Staatswald Oberweser trekken we zuidwaarts naar de Hoge Venen. Hoe hoger we komen hoe meer sneeuw er ligt.

Onderweg komen we langs een plek waar ooit het afgelegen veengehucht Reinartzhof lag. Het dorpje werd op 1 februari 1953 – jawel, je leest het goed – door een sneeuwstorm van de buitenwereld afgesloten. De bewoners raakten ingesloten door metershoge sneeuw en zaten dagenlang zonder voedsel. Later besloot de overheid het dorp vanwege de geïsoleerde ligging te onteigenen en in zijn geheel af te breken. Nu rest er nog een kapelletje, dat Frank vanwege zijn passie voor landschapsverrijkingen wil fotograferen. Deze hobby kan natuurlijk rekenen op een hoop commentaar van mijn medetochtgenoten en escaleert in een sneeuwballenkanonnade als ik de Heilige Maagd wil fotograferen.

Zodra we het bos uitstappen en over de Hoge Venen uitkijken worden we stil van het prachtige landschap. Nou, eigenlijk worden we helemaal niet stil, maar beginnen we te roepen hoe mooi het is en moeten er foto’s gemaakt worden om vrienden thuis te laten zien wat zij missen.

 

De sneeuw maakt de natuur tot een indrukwekkend schouwspel. Zo ziet een bos met aan één kant besneeuwde bomen er uit als een streepjescode. Berken waarvan de kale kruinen bedekt zijn met ijs glinsteren als een omgekeerde kristallen kroonluchter in het zonlicht.

Op de bekende houten plankieren in de Hoge Venen is het goed uitkijken, omdat je door de dikke lage sneeuw de kapotte plankjes soms niet ziet.

Naarmate de dag vordert neemt ook het aantal wandelaars in het gebied toe. Iedereen wil natuurlijk genieten van zo’n fraai winterlandschap.

Rond vieren gaan we op zoek  naar een bivakplek. Tegen die tijd neemt ook het aantal wandelaars snel af. We komen bij de hut Fortshütte Alt-Hattlich. Jammer genoeg is de hut afgesloten, maar voor de hut staan twee picknicktafels. Het is wel fijn dat we tijdens het eten gewoon aan tafel kunnen zitten. We besluiten ons kamp niet op te zetten naast de hut, omdat het een open terrein is en dus vrij winderig. Ook ligt de hut pal naast een bosweg. De tenten zetten we op in het naastgelegen bos. ’s Avonds is het een en al vrolijkheid met lekker eten, licht alcoholische sapjes, sterke verhalen en het luidkeels aanheffen van Nederlandse liederen. Na het eten moeten we even een wandeling maken om weer een beetje op te warmen en te genieten van de sterrenhemel boven ons.

’s Nachts is het koud, héél koud.

Zondag 4 februari

Als ik wakker word, schemert het nog. Alle tenten zijn bedekt met een laagje aangevroren sneeuw. En het is stil, geen vogeltje, geen ruisen van de wind, geen auto’s in de verte, helemaal niets. Dat hoor je niet vaak, helemaal niets…

Vlug kruip ik weer in mijn warme slaapzak en val prompt weer in slaap.

Het ontbijt is ook weer bijzonder gezellig, maar al gauw staat iedereen te trappelen om te vertrekken. Niet vanwege de zin om er op uit te trekken, maar vanwege de kou.

We dalen af naar de rivier Die Hill en volgen die stroomopwaarts. Ard wil graag zijn Wim Hof training doen gelden en terwijl hij een bad neemt in het ijskoude water, geniet de rest van het gezelschap van een kopje warme thee.

Het laatste deel van deze dagtocht lopen we langs de zuidkant van Stausee Eupen. Dit meer is het grootste drinkwaterreservoir van België en werd in 1950 in gebruik benomen. Helaas loopt er alleen een verharde weg langs het meer. We struinen een stukje langs het water, maar het grootste deel leggen we af over de weg en na een speedmars van een uur komen we aan bij de auto’s.

En weer was het een bijzonder goed geslaagde winterbivak: een hele leuke club mensen, een hoop gezelligheid en weer zoals dat hoort te zijn bij een winterbivak.

En dat is de reden waarom wij op winterbivak gaan, en…. je waardeert de bijna vanzelfsprekende luxe thuis meer.

Ik heb nu al zin in de winterbivak van volgend jaar. Noteer het alvast in je agenda: 25 tot en met 27 januari 2019.

Tot binnenkort bij een van de volgende wandelingen.

Frank